Naast het Infopalet, kunt u ook het Hulpbronnenbeheer gebruiken om texturen en hun textuurcomponenten te bewerken. Er is wel een verschil: wanneer u het Hulpbronnenbeheer gebruikt, kunt u texturen aanpassen die nog niet aan een object zijn toegekend; de wijzigingen worden dan ook niet in de tekening maar in een voorvertoningsvenster getoond.
Bij geïmporteerde texturen, zoals die uit Cinema 4D, zijn de textuurcomponenten kleur, reflectie, transparantie en reliëf vergrendeld voor de types die geïmporteerd werden. U kunt wel een ander type component selecteren en deze vervolgens bewerken. Ook andere textuurparameters zijn bewerkbaar. Vanwege licentiebeperkingen kan de reflectie van sommige geïmporteerde Cinema 4D-texturen licht afwijken van de originele.
Om een textuur, inclusief componenten, te bewerken via het Hulpbronnenbeheer:
Of: klik rechts in het Hulpbronnenbeheer met de rechtermuisknop op een hulpbron en selecteer het commando Bewerk in het contextmenu.
Het dialoogvenster ‘Textuur’ wordt geopend.
Klik op Bewerk om een van textuurcomponenten te bewerken. Welk dialoogvenster wordt geopend, hangt af van het type component. In Renderworks textuurcomponenten vindt u een omschrijving van alle beschikbare parameters in alfabetische volgorde.
Klik op OK om de instellingen van de textuurcomponent te verlaten.
Bewerk de eigenschappen van de textuur zoals beschreven in Texturen creëren. U kunt de textuur ook een andere naam geven.
De wijzigingen worden in het voorvertoningsvenster weergegeven.
Klik op OK om het dialoogvenster ‘Textuur’ te sluiten. Objecten met deze textuur worden bijgewerkt volgens de opgegeven instellingen.
Als u wilt kunt u een Renderworkstextuur uit de tekening verwijderen en/of vervangen door een andere beschikbare textuur (zie Hulpbronnen verwijderen of vervangen).
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~