ArchLand00002.pngGeoreferenties toekennen aan een ontwerplaag

Gebruik het dialoogvenster ‘Bewerk ontwerplagen’ om georeferenties toe te kennen aan lagen die deze functionaliteit zullen gebruiken. De waarde in dit venster zal de Documentinstellingen voor georeferentie overschrijven. Zodra u een gegeorefereerde ontwerplaag heeft gecreëerd, kunt u gegeorefereerde bestanden op de laag importeren. Daarnaast kunt u ook afbeeldingen of shapefiles met georeferenties exporteren.

Als u items op een gegeorefereerde ontwerplaag nauwkeurig wilt meten, gebruik dan het gereedschap Grootcirkel (in de set Landschap), in de plaats van de meetgereedschappen in de set Aanduidingen. Zie Een grootcirkel creëren.

Om georeferenties aan een ontwerplaag toe te kennen:

  1. Selecteer in het menu Extra > Organisatie. Selecteer in het tabblad ‘Ontwerplagen’ de ontwerplaag en klik op Bewerk.

  2. Vink de optie Georeferentie aan. De projectieoptie die u voor het document heeft gekozen, verschijnt eronder.

  3. EditDesignLayers.png 

  4. Klik op de knop Bewerk georeferentie om de instellingen te bewerken.

Het dialoogvenster ‘Georeferentie’ wordt geopend. Hier kunt u aangeven of deze ontwerplaag dezelfde instellingen zal gebruiken als ingesteld voor het gehele document of instellingen op maat. Als u kiest om instellingen op maat te gebruiken voor deze ontwerplaag, stel dan de resterende parameters in zoals beschreven voor het dialoogvenster ‘Georeferentie document’.

De geselecteerde projectie wordt weergegeven in het dialoogvenster ‘Organisatie’.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Georeferenties aan een document toevoegen

Een geografisch referentiestelsel creëren

Een grootcirkel creëren

Projectieopties