Panelen
van vliesgevelsDe instellingen en het uitzicht van de panelen bepaalt u in het dialoogvenster ‘Paneelinstellingen’.
Wanneer u de voorkeuren voor een vliesgevel instelt, zijn deze instellingen beschikbaar op het tabblad Samenstelling van het dialoogvenster ‘Muur’. Voor een bestaande vliesgevel zijn ze beschikbaar in het dialoogvenster ‘Raster vliesgevel’.
Om de weergave van de vliesgevelpanelen te bepalen:
Klik in het Infopalet van een geselecteerde vliesgevel op de knop Raster vliesgevel.
Het dialoogvenster ‘Raster vliesgevel’ verschijnt.
Klik op de knop Panelen.
Het dialoogvenster ‘Paneelinstellingen’ wordt geopend.
◙ Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Algemeen |
|
Type |
Selecteer het type paneel dat u tussen de profielen wenst te plaatsen. Glasvlakken zijn typische glazen panelen en Dichte panelen zijn ondoorzichtig. Dichte panelen naar buiten zijn decoratieve panelen. Open panelen zorgen voor lege ruimtes tussen de profielen. |
Voorvertoning |
Geeft een voorvertoning van het geselecteerde type paneel met nummeraanduiding. De aangegeven nummers op de voorvertoning komen overeen met de genummerde instellingen om gemakkelijk te kunnen zien waarvoor de instellingen staan. |
Dikte |
Geef de paneeldikte op. De insprong bepaalt u in het dialoogvenster ‘Stijl- en regelinstellingen’ in het veld Insprong paneel. De combinatie van de Dikte van het paneel en Insprong paneel vormen het kanaal om het paneel in het profiel te plaatsen. |
Invulling (enkel voor de types ‘Dicht paneel naar binnen’ en ‘Dicht paneel naar buiten’) |
Hiermee kunt u de ruimte rechts (binnenkant van de vliesgevel) en tussen de profielen vullen. De kenmerken van de invulling worden bepaald door het paneel. |
Diepte invulling |
Bepaal de diepte van de invulling. |
Diepte afdichting (alleen voor het type ‘Dicht paneel naar buiten’) |
Bepaal de diepte van het buitendeel van het paneel. |
Muurdikte |
Hier wordt ter referentie de Muurdikte getoond zoals opgegeven in het dialoogvenster ‘Raster vliesgevel’ of ‘Muur’. |
Afstand t.o.v. |
Hier ziet u welk referentiepunt u hebt geselecteerd in het dialoogvenster ‘Raster vliesgevel’ of ‘Muur’. |
Insprong |
Geef aan hoe ver het paneel ten opzichte van het referentiepunt hierboven moet verschuiven. Voer een positieve waarde in om het paneel naar links of een negatieve waarde om het paneel naar rechts te verschuiven. Om het paneel op de muur te centreren, selecteert u in het dialoogvenster ‘Raster vliesgevel’ of ‘Muur’ bij Afstand t.o.v. de optie Midden en geeft u hier als waarde ‘0’ in. |
Klasse paneel / deel naar buiten |
Het paneel en het deel naar buiten (indien Dicht paneel naar buiten als Type is geselecteerd) kunnen in aparte klassen worden geplaatst om het uiterlijk en de zichtbaarheid afzonderlijk te kunnen bepalen. Selecteer de te gebruiken klasse uit de lijst, creëer een nieuwe klasse of selecteer <Klasse v.h. object> om het paneel of het deel naar buiten in dezelfde klasse als de vliesgevel te plaatsen. |
|
(Vectorworks Architectuur vereist) |
Klik op deze knop om het dialoogvenster ‘Paneel- Energos eigenschappen’ de Energos instellingen van het profiel te bewerken. Om een energieanalyse uit te voeren, heeft u Vectorworks Architectuur nodig, maar u kunt deze parameters ook louter ter informatie invullen. ● Opnemen in berekeningen: Vink deze optie aan om het paneel op te nemen in de energieberekeningen als dit niet in tegenspraak is met de gekozen laag-/klasse-instellingen voor energieanalyse e.a. Als het paneel relevante architecturale objecten bevat, zoals deuren en ramen, die in de energieanalyse kunnen worden opgenomen, wordt u bij het aan- of uitvinken van deze optie gevraagd of u de berekeningen wilt aanpassen aan alle relevante schildelen in de vliesgevel. ● Beglazing: Selecteer het type beglazing van de ruiten. Zie Sets definiëren om sets van eigenschappen te creëren en te bewerken. ● Beschaduwing: Definieer de beschaduwing in de buurt van het paneel voor de verschillende situaties of selecteer de optie ‘Op maat’ om de beschaduwing nauwkeuriger te definiëren. In het tweede geval wordt het dialoogvenster ‘Bewerk beschaduwing’ geopend. Vul hier het beschaduwingspercentage in, dat aangeeft hoe vaak het paneel zich in de schaduw bevindt. |
Vulling paneel / deel naar buiten |
Selecteer ‘Stijl van de klasse’ om de vulling van de klasse te gebruiken of selecteer een type vulling uit de keuzelijst. Afhankelijk van het geselecteerde Type, kunt u vervolgens een kleur, patroon of hulpbron (lijnarcering, afbeelding, verloop, motief) selecteren. |
Lijn paneel / deel naar buiten |
Selecteer ‘Stijl van de klasse’ om het lijntype van de klasse te gebruiken of selecteer een lijntype uit de keuzelijst. Afhankelijk van het geselecteerde Type, kunt u vervolgens een kleur, patroon of lijnstijl selecteren voor de muur. |
Textuur paneel / deel naar buiten |
Selecteer ‘Instellingen v.d. klasse’ om voor het paneel of het deel naar buiten de textuur van de klasse te gebruiken of selecteer de optie ‘Textuur’ om een textuur te kiezen via de Hulpbronnenkiezer. |
Bepaal de kenmerken via klasse |
Klik op deze knop om de vulkenmerken, lijnkenmerken en textuur volgens klasse te bepalen. |
Verwijder de klasseverwijzingen |
Klik op deze knop om alle klasseverwijzingen voor de vulling, lijn en textuur te verwijderen en deze kenmerken manueel in te stellen. |
IFC |
Klik op deze knop om IFC-gegevens te koppelen aan de vliesgevelpanelen voor het exporteren naar IFC-formaat. |
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Kenmerken toekennen aan objecten
IFC-gegevens toekennen aan objecten