|
Commando |
Locatie |
|
Bewerk zichtvenster |
● Bewerk ● Contextmenu |
Bewerk een Renderworks camera om de weergave van het presentatielaagzichtvenster te wijzigen dat aan de camera gekoppeld is.
Om een gekoppelde Renderworks camera te bewerken:
Selecteer het zichtvenster.
Selecteer het commando. Het dialoogvenster ‘Zichtvenster’ wordt geopend (zie Zichtvensters bewerken voor een omschrijving van de velden in dit dialoogvenster).
Selecteer de optie Renderworks camera om naar de bewerkmodus te gaan.
Of: klik met de rechtermuisknop op een zichtvenster en selecteer het commando Bewerk Renderworks camera in het contextmenu.
Er verschijnt een gekleurde rand rond de tekenzone om aan te geven dat de bewerkmodus geactiveerd is. Het commando Terug naar zichtvenster wordt beschikbaar in het menu Bewerk en in de rechterbovenhoek van de tekenzone vindt u de knop Terug naar zichtvenster.
De ontwerplaag die actief was toen u het zichtvenster creëerde, is nog steeds actief en de gekoppelde Renderworks camera is geselecteerd. Bewerk het aanzicht zoals beschreven in Camera wijzigen met de aanwijzer.
U kunt de camera ook verwijderen. In dat geval worden de instellingen voor het aanzicht en de projectie bepaald door het zichtvenster.
Als er geen Renderworks camera aan het zichtvenster gekoppeld is, selecteer dan de camera die u wilt koppelen. U kunt de weergave regelen met behulp van de standaard gereedschappen voor weergave (zoals het gereedschap Vlieg over, de zoomfactor en de commando’s in het Weergavemenu).
Klik op de knop Terug naar zichtvenster om terug te keren naar het zichtvenster wanneer u klaar bent met bewerken. Bij het verlaten van de bewerkmodus worden de weergave, projectie en brandpuntafstand onmiddellijk bijgewerkt.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~