Datavisualisatie
in zichtvenstersMet datavisualisatie is het mogelijk de kenmerken van objecten in een presentatielaag te beheren op basis van de gegevens aanwezig in gekoppelde records. Deze methode maakt een flexibele weergave van zichtvensters mogelijk op basis van waarden of het bereik van waarden. Met het record dat gekoppeld is aan de objecten, kunt u de objectgegevens visualiseren in de zichtvensters naargelang hun functie, objecttype of om het even welke parameter in het record. U kunt bijvoorbeeld de ruimtes in een zichtvenster presenteren op basis van hun bestemmingsfunctie, gebruik, bezetting, vloeroppervlaktebereik enz. Eén dataset kan op velerlei manieren gepresenteerd worden.
Als er meer dan één record is toegekend aan ruimtes in de tekening, kan de datavisualisatie onverwachte resultaten opleveren. Verwijder in dat geval de bijkomende records of los tegenstrijdige informatie op voordat u de datavisualisatie uitvoert.
De visualisatie is een effect dat toegepast wordt op het zichtvenster. De tekenobjecten zelf worden niet aangepast. Voor datavisualisatie van zichtvensters is de rendermethode Draadstructuur vereist.
De instellingen van datavisualisatie kunnen overgebracht worden van het ene zichtvenster naar het andere met behulp van het Pipet. Zie ook Kenmerken overdragen.
Het is niet mogelijk om de klassen van een zichtvenster te overschrijven en tegelijkertijd datavisualisatie toe te passen.
Het uitzicht van objecten in zichtvensters aanpassen op basis van gekoppelde records:
Selecteer het presentatielaagzichtvenster.
Klik op Datavisualisatie in het Infopalet.
Het dialoogvenster ‘Datavisualisatie van het zichtvenster’ wordt geopend.
◙ Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Selecteer het record en één van de recordvelden en kies vervolgens of u de visualisatie wenst toe te passen op een numeriek bereik (Kenmerken per bereik) of op een waarde (Kenmerken per waarde). Geef ook aan of uw keuze ook van toepassing moet zijn op groepen en symbolen.
De visualisatie is van toepassing op de records die zijn gekoppeld aan symbooldefinities en groepen. Het is niet van toepassing op records die gekoppeld zijn aan objecten binnen de symbooldefinitie of groep.
Als u kenmerken toekent per bereik, kunt u op Voeg toe of Bewerk klikken om een nieuw bereik toe te voegen en de kenmerken van dit bereik te selecteren.
Het dialoogvenster ‘Bewerk bereik’ wordt geopend. Stel een bereik in en selecteer de kenmerken.
◙ Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Als u kenmerken instelt per waarde, krijgt u een overzicht van de waarden horend bij het geselecteerde recordveld. Voor deze waarden zijn de standaardkenmerken geselecteerd.
Het dialoogvenster ‘Bewerk kenmerken’ wordt geopend. Selecteer de kenmerken van de waarden.
◙ Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
In de lijst Opties kunt u meerdere rijen tegelijkertijd selecteren en bewerken. De parameters die u wijzigt, worden in dat geval aangepast voor alle geselecteerde rijen. Wanneer u de kenmerken per bereik of per waarde heeft ingesteld, kunt u de instellingen bewaren als een set om deze in de toekomst opnieuw te kunnen gebruiken. Klik hiervoor op Bewaar.
Om de visualisatie in te schakelen voor het geselecteerde zichtvenster, dient u Datavisualisatie inschakelen voor dit zichtvenster aan te vinken. U kunt ook individuele rijen in de lijst Opties in- of uitschakelen door middel van het vinkje in de kolom Toekennen.
Als u sets met datavisualisatie-instellingen heeft bewaard, kunt u deze sets hernoemen of verwijderen.
Om datavisualisatiesets voor het zichtvenster te beheren:
Klik in het Infopalet op de knop Datavisualisatie.
Het dialoogvenster ‘Datavisualisatie van het zichtvenster’ wordt geopend.
Klik op Beheer.
Het dialoogvenster ‘Beheer sets’ wordt geopend. Selecteer de set die u wenst aan te passen.
◙ Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~