|
|
Online videotraining: Bewerken van volumes |
r
Houd bij het bewerken van wand, of een afgerond of afgeschuind object rekening met de volgende punten:
De randen of vlakken die gebruikt werden bij het creëren van de afronding/afschuining of de wand, kunnen niet meer gewijzigd worden eenmaal de bewerking voltooid is. Daarnaast kunt u ook geen randen of vlakken verwijderen of toevoegen. Om randen of vlakken toe te voegen of te verwijderen, dient u het object eerst te degroeperen en dan de bewerking opnieuw uitvoeren.
Via het Infopalet kunt u de dikte en richting (binnenwaarts of buitenwaarts) van een wand en de waarden voor de afronding en de afschuining instellen. Wanneer meerdere stralen voor de afronding van toepassing zijn, kunt u de verhouding tussen de lengte en straal voor elk punt bewerken. Het is evenwel zo dat enkel de parameters van het bovenste object bewerkt kunnen worden.
Wanneer u bijvoorbeeld een wand creëert waarvan u vervolgens enkel randen afrondt, kunt u via het Infopalet enkel de parameters voor de afronding bewerken. Om de dikte van de wand aan te passen, moet u het afgeronde segment eerst degroeperen. Om de hoogte van de oorspronkelijke extrusie te wijzigen, moet u zowel de afronding als de wand degroeperen. Zodra de wijzigingen zijn aangebracht, past u de wand en afronding opnieuw toe.
Het commando Bewerk > Bewerk groep is hiervoor niet bruikbaar.
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~